woensdag 17 juni 2009

VO Stage - dag 11 (het zit erop!!)

Wat een leuke laatste dag was dit! Terwijl Snow Patrol heerlijk door mijn huiskamer schalt, typ ik nu mijn laatste blog van dit jaar: het is snel gegaan zeg.. nondejuukes! Ik kan tevreden terug kijken op een leerzame tweede stage met stevige reflectie over alles waar ik tegen aan liep, maar ook met momenten van voldoening wanneer een les lekker ging.

Maar even over tot de orde van de (stage)dag:
Beide klassen hadden het 1e uur een toets, maar het tweede uur stond in het teken van een heus open podium.
Bij 2A3 werd er gerapt, gelachen en fantastisch mooi gezongen (echt, Lizelotte heeft een gouden strotje). Bij klas 1D werd er ook gebruik gemaakt van het podium met o.a. een energieke vertolking van 'Hemel en Aarde' en maakten de mentoren van deze klas (twee V6-leerlingen) dikke vrienden door de groep op ijsjes te trakteren!
Ook Nynke en ik hadden wat voorbereid (zie het resultaat op Nynke haar blog) en zongen voor Marion en beide klassen een afscheidslied én een eigen liedje. Maar de echte voorbereiding zat in het maken van een 30-tal mapjes met 12 popnummers die gezongen kunnen worden als aanvulling op de (voor de meeste leerlingen wat suffe, saaie en stomme) nummers uit Intro. Voor Marion de akkoorden erbij en nu hopen Nynke en ik echt heel erg dat er gebruik van gemaakt gaat worden. 
Dus; loop je volgend jaar stage op het Bonifatius College? Vraag dan naar de Songbooks, maak er gebruik van en vul ze aan met alle fijne liedjes die je zingen gaat op deze fijne school!

Nynke, wat hebben we veel aan elkaar gehad! Samen treinen, voorbereiden, geniet van de cappuccino in de lerarenkamer, lesideeën uitwerken, eerlijke feedback geven, liedjes schrijven in de pauzes, uitvogelen van het kopieerapparaat (en het zonde vinden van alle vellen papier die er deze stage doorheen zijn gegaan), het opsporen van vervelende leerlingen en dit doorseinen, opvoeren van de beugel-blues, weer opnieuw een leerling uit het rek in het hok trekken, er soms helemaal genoeg van hebben and the list goes on! We hebben erg veel mogen leren deze stage en ik ben blij dat we het samen gedaan hebben. 
Heel veel plezier & succes op je volgende stage en ik ben trots! 

woensdag 3 juni 2009

VO Stage - dag 10

Laat ik het deze keer een keertje kort houden en gewoon een filmpje laten zien van wat er vandaag gebeurt is tijdens de les van 1B!
Jullie zien de voorspeelopdracht waar we 3 lessen (inclusief vandaag) mee bezig zijn geweest. De opdracht bestond uit het maken van een eigen cijferreeks en het daaraan toevoegen van twee accenten (1 verbaal en 1 met een beweging/bodypercussie). Ik heb tevens de beoordeling erbij geschreven en ben benieuwd of jullie het een beetje vinden kloppen. De beoordeling is gebaseerd op 5 onderdelen waarvoor ze elk maximaal 2 punten konden krijgen: gelijk, accent woord, accent bodypercussie, inzet en presentatie. 

 

woensdag 27 mei 2009

VO Stage - dag 9 (zing die blues!!)

Wat is de blues toch een geweldige kapstok om je les aan op te hangen zeg! Ik heb vandaag echt genoten van en was soms verbaasd over het materiaal waar de leerlingen mee kwamen.
De leerlingen van 2A3 zijn vandaag verder gegaan met het Blues-project wat Nynke en ik de laatste drie weken met ze draaien. Vandaag werd er opnieuw geoefend met de begeleiding (op keyboard) én hebben ze in tweetallen de teksten afgeschreven en voorzien van een eenvoudige melodie.
Om even een voorbeeld van een tekst te geven, Lennart en Lex schreven de volgende blues:
I was walking on the street, down the avenue
I was walking on the street, down the avenue
I saw a beautiful lady, said hello, she said no

I was walking on the street, down the avenue
I was walking on the street, down the avenue
I saw a musician, making music, like we do

HOE BRILJANT!!! Ik kan hier dus echt gelukkig van worden! Maar even terug naar het plan van de dag:

Plan
In overleg met Marion besloten het hele blokuur te gebruiken vandaag.
Als inleiding heb ik het met de leerlingen gehad over de turn-around die aangeeft van 'he, we gaan weer naar het begin van het schema van twaalf maten'. Deze heb ik eerst op de piano voorgespeeld en daarna laten horen bij een blues van Eric Clapton. Bij datzelfde luisterfragment de lln. ook mee laten tikken met de maat, wat goed ging al had ik ze ook kunnen laten tellen.
Daarnaast als 'theorie-gedeelte' ook nog even het zingen van een blues besproken, waarbij ik zelf een couplet zong en ik de leerlingen 3 aandachtspunten had meegegeven. Hoewel één van de punten wat lastig was, bleef ik de aandacht houden en heb ik het theoriestuk af kunnen maken.

Dan: groep in tweeen --> ene helft met Nynke mee om de begeleiding te oefenen, andere helft bleef bij mij voor de tekst en melodie.
Tijdens de voorbereiding hadden Nynke en ik hier wat nonchalant over nagedacht, want het is natuurlijk hartstikke lastig voor lln. om out of the blue een melodie te gaan verzinnen. Na de feedback van Marion heb ik daarom de tweetallen eerst de gekozen tekst tegelijkertijd laten spreken. Dit werkte beter en omdat de meisjes eigenlijk gelijk gingen zingen, merkte ik dat de jongens ook met de melodie aan de slag gingen (lees: eigen tekst op melodie van de meisjes).
Na 25 minuten wisselden we van groep en was het heel grappig om te zien dat de lln. die dus net bij Nynke de begeleiding hadden geoefend ook direct hun melodie via het schema wilde verzinnen. Na het kiezen van de tekst heb ik ze dan ook de mogelijkheid gegeven bij een keyboard te oefenen en ik was bij sommige tweetallen echt verbaasd hoe goed dat ging!
Na 25 minuten alle lln. weer bij elkaar geroepen en hen dan ook verteld dat ik vond dat er erg goed gewerkt werd vandaag (zo fijn om te zeggen en het ook echt te menen!).

Tijdens de afsluiting liep het een beetje rommelig; de lln. mochten met een ander tweetal een groepje vormen --> het tweetal dat zingt, wordt begeleidt door een ander tweetal en wisselen ook om. Ze hadden toen nog 10 minuten om te oefenen en dat was voor sommige gewoon te weinig en ik vond het ook lastig om bij elk groepje langs te gaan om echt te horen hoe het ging en wat er misschien beter kon. Gelukkig is dit project van Nynke en mij samen en liep ook zij langs alle groepjes met tips en tops.

Reflectie
Vandaag extra reflectie gehad met José, die vandaag kwam kijken op 't Boni. Ten eerste heel leuk voor haar om te zien hoe het op deze school geregeld is (lokaal, sfeer, leerlingen), maar ten tweede ook voor Nynke en mij heel prettig om van een mede-student wat feedback te krijgen.
Zelf ben ik tevreden over deze les en besef ik heel goed dat ik ook echt het blokuur nodig had om iedereen te laten oefenen. Ik vind het bij dit project erg leuk dat je voor 20 minuten lang maar 14 lln. voor je neus hebt, waardoor je veel individueler contact kunt maken. Het is net wat overzichtelijker en je bent meer als coach bezig.

Tips & Tops van Nynke, José en Marion
+ je staat goed voor de groep (ook tijdens het zingen)
+ van praktijk naar theorie werkte prima, je kan merken dat de lln. het dan interessant vinden
+ persoonlijk contact met de leerlingen is goed
+ je geeft complimentjes

- je praat snel
- bij het opstarten van de les (agenda, programma benoemen) ligt het tempo laag, wat voor ruis zorgt
- je vergeet te benoemen hoeveel tijd de lln. hebben voor een opdracht en ze te herinneren 'nog.. min'
- maak gebruik van het klassikale moment om dingen uit te leggen, nu moest je per tweetal nog wat punten herhalen

dinsdag 26 mei 2009

Hoofdvak opdracht - Column

Column geschreven aan de hand van mijn stelling:

Wereldmuziek is een beter genre voor het ontwikkelen van creativiteit dan popmuziek

Enkel in de laatste alinea van zijn artikel ‘U houdt het toch niet tegen’ pleit Job ter Steege voor meer wereldmuziek in het onderwijs. Zonde! Hij had een heel artikel kunnen schrijven over het nut van wereldmuziek. Met zijn argumenten voor het omarmen van het wereldmuziekgenre, zou iedereen materiaal moeten verzamelen om op te nemen in de lesvoorbereidingen. Volgens Ter Steege zit er namelijk méér in de pedagogische mogelijkheden van veel wereldmuziek. Zo is er bij wereldmuziek, in tegenstelling tot de westerse muziek, vaak geen sprake van de individualistische karakteristiek en ligt er geen nadruk op uitverkoren musici met hun solisme. Binnen de wereldmuziek opereert men vaak als groep; een gegeven dat de sfeer in de klas ten goede kan komen. “Bovendien worden de meeste soorten wereldmuziek auditief aangeleerd zonder dat er sprake is van te veel intellectualisme, specialisme en selectie”.

Volgens mij komt het de creativiteit van leerlingen ten goede wanneer er binnen het wereldmuziekgenre gemusiceerd wordt. Er is meer vrijheid omdat de leerlingen toch niet zeker weten hoe het hoort te klinken. Er ontstaat ruimte om zelf op ontdekking te gaan en zich bewust te worden van dat wat klinkt. Paul Timmermans (1987) bevestigd dit min of meer in een naslagwerk over ‘Didactiek in het Muziekonderwijs’, door uit te leggen dat het auditief waarnemen om voldoende concentratie, doorzettingsvermogen, zelfdiscipline en soepelheid vraagt, precies de eigenschappen die voorwaarden zijn van creatief gedrag. Hij zegt ook dat leerlingen kwalitatief gevoeliger moeten worden voor het medium van de klank.

Maar hoe kunnen leerlingen nou kwalitatief gevoeliger worden wanneer zij, door constante aanwezigheid van radio en tv, een eenzijdig beeld krijgen toegeworpen van hoe (pop)muziek zou moeten klinken? Programma’s als X-factor, Idols en So You Wanna Be A Popstar druisen in tegen het beeld dat Ter Steege schetst door juist wél een individu te selecteren dat zijn of haar virtuositeit mag tonen. Waar blijft de wereldmuziek in dat verhaal? Het ontwikkelen van creativiteit komt beter tot zijn recht binnen een wereldmuziek-opdracht, dan bij het na-apen van of in de buurt willen komen van verschillende popartiesten. 

Hoofdvak opdracht - Essay

Muziek in de onderbouw – niveauverschillen zijn weer in!

De middelbare school is voor sommige van ons niet zo lang geleden, maar voor anderen is het even graven. Toch is de overeenkomst tussen de verhalen over die periode groot, zo komt in elk verhaal namelijk wel een onderwijsverandering voor: de basisvorming, het vmbo, de 2e fase met haar studiehuis, de vernieuwde 2e fase et cetera. En dat schijnt dan nog maar een topje van de ijsberg te zijn. Want als we dieper onder water kijken, zien we dat het onderwijs een grote af- en aanloop van vernieuwingen kent. Maar waarom zouden wij ons druk maken over die vernieuwingsgeschiedenis? Wij staan immers toch nu voor de klas?Het is iets wat ik me echt afvraag, maar als ik bedenk dat er binnen mijn toekomstig werkveld nog wel een keer veranderingen zullen plaatsvinden, is het wellicht wél zinvol de geschiedenis van het (muziek)onderwijs te leren kennen. Naast een historisch beeld van de veranderingen op de middelbare school (waarbij ik me beperk tot de onderbouw), wil ik me met dit essay vooral richten op de ontwikkelingen en veranderingen die recent hebben plaatsgevonden en die wij als studenten docent muziek terug kunnen zien in de klas.

Historisch beeld van het onderwijs

Ik pak de geschiedenis op bij het ingaan van de Mammoetwet. Omdat er niet langer van 12-jarige leerlingen verwacht kon worden dat zij konden kiezen welke vorm van voortgezet onderwijs zij zouden volgen, werd in 1968 een wet van kracht met de grondgedachte dat elke leerling zowel een algemene- als een beroepsopleiding zou moeten volgen. Maar de Mammoetwet had niet het gewenste effect; de opleidingen sloten niet goed aan op een vervolgopleiding en ook niet op de arbeidsmarkt. Het bleek al snel dat het concept van de brugklas (een overbruggingsperiode waarbij elke leerling eenzelfde basis kreeg, voordat de leerling moest kiezen voor de definitieve opleiding) niet werkte. Het niveauverschil tussen de leerlingen die van de basisschool kwamen was te groot. De brugklas werd in 1992 wettelijk vervangen vervangen door de basisvorming (1993/1994).

De basisvorming vormde het onderwijsprogramma voor de eerste twee à drie leerjaren van het Nederlands voortgezet onderwijs en was bedoeld om scholieren op alle schooltypen dezelfde basis te geven voor de rest van hun schooltijd. Die basis uitte zich in het onderwijzen van dezelfde 15 vakken aan alle leerlingen. Aan het eind van die tijd moeten de leerlingen bepaalde kerndoelen bereikt hebben, volgens normen die door het Ministerie van Onderwijs zijn opgesteld. De scholen zijn echter vrij in het vaststellen van het daadwerkelijke onderwijsniveau: men mag meer doen dan in de kerndoelen wordt opgedragen. Bovendien kunnen scholen extra vakken toevoegen aan hun lesprogramma, het vak Muziek is hier een voorbeeld van.

In 1999 ontstond het vmbo uit de Middelbaar Algemeen Voortgezet Onderwijs en het Lager Beroeps Onderwijs. Het misverstand is geweest, dat de mavo daarmee werd afgeschaft. Die is echter nooit uit de wet verdwenen en dat is ook de reden waarom er naast de theoretische leerweg van het Voorbereidend Middelbaar Beroeps Onderwijs steeds categoriale mavo's zijn gebleven, zoals het vmbo-tl onderwijs waarbij ‘tl’ voor theoretische leerweg staat.Vanaf datzelfde jaar wordt er gewerkt aan een nieuwe hervorming van de basisvorming, die in het schooljaar 2006/2007 werd doorgevoerd. Deze Vernieuwde Basisvorming gaat uit van een vernieuwd onderwijsconcept dat drie 3 problemen tegengaat:

-       het overvolle programma van 15 vakken en teveel kerndoelen

-       de onzichtbare samenhang tussen de vele vakken

-       het niet aankunnen van de verschillende niveau’s van leerlingen

Muziekonderwijs

Bovenstaande beknopte historie is natuurlijk ook van belang voor het muziekonderwijs. In het artikel ‘De nieuwe kerndoelen: de kans is blijven liggen’, schetst Joost Overmars (docent muziek & CKV1)  een beeld van haar ontwikkeling, met als uitgangspunt zijn frustratie omtrent de nieuwe kerndoelen.

Met de nieuwe kerndoelen wil de overheid weer terug naar het leerling-gericht werken (niveau-verschillen zijn weer in!), maar daar ziet hij niks van terug: “In mijn optiek begint leerling-gericht werken niet bij kerndoelen maar bij de concrete situatie in de klas: bij de interactie tussen docent en leerlingen en de werkvormen die aan bod komen”. De in 2007 opgestelde kerndoelen voor kunst en cultuur-vakken, geven aan dat muziek door leerlingen onderzocht moet leren worden om het vervolgens toe te kunnen passen om eigen gevoelend mee uit te drukken of te ervaren. De presentatie-vaardigheden worden benoemd en er wordt gesproken over het gericht leren luisteren (door middel van achtergrondkennis). Verslag doen, met behulp van visuele of audiditieve middelen, van (deelname aan) kunstzinnige activiteiten is ook een doel, dat vervolgens gevold wordt door het mondelijk en schriftelijk kunnen reflecteren op eigen werk én het werk van anderen.

Toen ik deze doelen voor het eerst zag, dacht ik aan het idealisme dat ik steeds teruglees in artikelen over de veranderingen in het onderwijs. Maar deze doelen zijn naar mijn mening realistisch, helemaal als we ze plaatsen binnen de ontwikkelingen en initiatieven die de afgelopen tijd in het muziekonderwijs zijn ontstaan. Docenten en leerlingen richten zich namelijk steeds meer op een nieuw en breder repertoire. Concertpodia spelen daar op in door educatieve afdelingen in het leven te roepen, orkesten en ensembles ontwikkelen programma’s voor kinderen en jongeren en muziekscholen ondersteunen steeds vaker het reguliere onderwijs.

Dat een breed en repertoire gezocht wordt, hangt volgens Cultuurnetwerk (onderzoek 2003/2004) samen met o.a. punten als: de nadruk op de leefwereld en de cultuur van de leerling en de grote rol van de nieuwe media in het muziekonderwijs. Het denken en doen van jongeren wordt beinvloedt door maatschappelijke veranderingen zoals individualisering, mondialisering en digitalisering. Plak daarbij de pragmatische en resultaatgerichte cultuur waar we in leveren en je hebt jongeren die vaak direct willen weten waarom ze iets moeten doen en wat dat dan oplevert; ze zijn kritisch! Muzikaal gezien maken jongeren tegenwoordig kennis met een groot aanbod van muzikale vormen, technieken en instrumenten. Voor het muziekonderwijs dus redenen om mee te groeien én een verklaring waarom de keuze van het repertoire steeds breder, eigentijdser en multicultureler wordt. Daarnaast komt ook in de les de resultaatgerichtheid terug en los van het repertoire wordt er gezocht naar wat leerlingen motiveert en welke didactiek en methodiek daaraan bij kunnen dragen.

Eén van de methodes die bijdraagt aan het motiveren van leerlingen, is het inzetten van die nieuwe media. Door het ontwikkelingen van verschillende computerprogramma’s op het gebied van muziekproducties en muziektheorie wordt het voor veel leerlingen aantrekkelijker om actief aanwezig te zijn tijdens een muziekles. En meestal zijn ze er nog goed in ook, want de computer en de tv zijn de meest favoriete vrijetijdsbesteding van veel jongeren. Maar ook voor de docent levert het werken met de computer wat op: nieuw lesmateriaal, meer lesmogelijkheden, een interessant hulpmiddel en een uitdaging.

Kick, Kennis en Kunde

Ik denk dat het goed is om ons als stagiaires bewust te blijven van de veranderingen in het muziekonderwijs. Of dat nou landelijk is, door het invoeren van een wet of dat het wat localer is, namelijk de projectvormen op onze stagescholen. Want dat gebeurt ook steeds meer, die projectmatige aanpak. Overmars zegt daarover: “Het opdelen van onderwijs in projecten en leerlingen laten kiezen tussen deze projecten is helemaal niet leerling-gericht: de leerling heeft geen idee wat een project precies inhoudt en  wat hij ervan leert (dat is sowieso al helemaal geen keuzecriterium voor iemand van 13). Hij zal kiezen op grond van “coolheid” of op grond van peergroup gedrag. Let wel: dit is géén diskwalificatie van de leerling: als je 13 bent en middenin een complex leerproces zit terwijl bovendien je persoonlijkheid en lichaam zich in oorverdovend tempo ontwikkelen mag je niets anders verwachten”.

Wat hij zegt klinkt best aannemelijk, maar ik mis hier wel dat hij omschrijft dat een project voor leerlingen een manier kan zijn om zich eens goed te verdiepen in cultuur, dat de leerling wel wat kan ervaren (voelen, iets teweegbrengen) tijdens een project en dat hij dat ook nog eens samen met zijn ‘coole’ vrienden mag doen. Ik ben me er van bewust dat ik nog te weinig ervaring heb om me met deze  ‘wellesnietes-politiek’ te bemoeien, maar ik ik denk dat er naast een project nog voldoende ruimte overblijft om de kennis en kunde wel in het klaslokaal aan diezelfde leerlingen bij te brengen. Wanneer dat lukt, dan wordt het in de klas vanzelf ook ‘cool’.

In het woord basisvorming zit het woord basis en ik vind dat we ons daar als stagiaires nu al mee bezig kunnen houden. In de onderbouw zijn we bezig met het leggen van een basis, wij mogen leerlingen helpen bij hun (culturele) ontwikkeling en dat is heel erg kicken!

woensdag 20 mei 2009

VO Stage - dag 8 (loslaten is een kunst)

"Wanneer ben je op je sterkst"?
Daarmee opende Suzan de reflectie met Nynke en mij naar aanleiding van onze lessen vandaag op 't Boni. Een vraag die om behoorlijk wat zelfreflectie vraagt en zeker niet in ene te beantwoorden is. Ik ga die vraag dus mooi meenemen in mijn eindreflectie van stage, maar nu eerst mijn les van vandaag:

Plan
-
voorspeelopdracht 'Countdown'
- zingen 'Make you feel my love' & 'I'm yours'

Uitvoering
Voorspeelopdracht eerst samen ingeleidt door samen een nieuwe cijferreeks te maken, accenten toe te voegen, et cetera. Vanaf dat moment mochten de leerlingen zelf in groepen aan de slag met een reeks die zij 5 weken geleden hadden gemaakt (jaja, 5 weken is lang geleden en het benoemen daarvan zorgde gelijk wat onrust).
Ondanks het wat twijfelachtige begin: 'ik weet niet meer in welk groepje ik zat', 'zat ik bij jou', ',juf, ik heb dat papier niet meer', waren de groepjes na een tijdje toch gewoon aan het werk!!
Bij elk groepje ben ik langsgeweest om de toetspunten door te nemen (o.a. gelijkheid en presentatie) omdat mijn instructie daarvan niet gehoord was.

Na deze opdracht ging ik vrij abrupt door met het zingen. Ik had de opdracht even kunnen nabespreken en nogmaals kunnen attenderen op de volgende les. Het lied bracht echter wel wat ik wilde: rust en stilte, een momentje om adem te halen. Het is ontzettend prettig en fijn om die 30 hoofdjes naar hun papier te zien staren, of naar mij, of naar het plafond en te bedenken dat ze echt aan het luisteren zijn!
Vervolgens een zin doorgenomen die wat lastig was, Nynke als pianist opgetrommeld en de klas het lied laten zingen. Omdat ik hier vrij was om de klas fysiek te betrekken bij het lied, had ik wat meer met mijn vrijheid kunnen doen i.p.v. complimenteren en aangeven welk deel van de klas welk couplet zingt.

Omdat ik (zoals nu 3 keer op een rij) de tijd vergat, was er geen tijd meer voor I'm Yours, wat jammer is. Maar ik kon ook de les niet gezamelijk aflsuiten. Daar baal ik wel van. Zoals Suzan ook al aangaf: probeer duidelijk te starten en te eindigen (en dat dan ook samen).

Tips en Tops
Vandaag niet echt puntsgewijs de reflectie doorgenomen, maar wel zijn er paar punten waar ik op kan letten.
Houding bijvoorbeeld; ik ben best druk, bewegelijk, actief voor de klas en zolang dat een positief effect heeft, kan dat prima. Ik moet echter wel bewust blijven van het feit dat ik dat ook los moet kunnen laten wanneer dat nodig is.
Wanneer ik de stilte heb (aandacht vragen), moet ik ook weten wat ik met die stilte wil (aandacht houden).
Tijdens het voorzingen hoef ik geen juf te zijn, dan ben ik muzikant en mag ik zingen op mijn manier. Dan mag de juf even uit en het controle willen houden mag ik loslaten.
Wees kritisch in dat wat er klinkt --> niet goed? Ho, Stop, Opnieuw!

Al met al was dit denk ik mijn leukste les, niet perfect maar wel leuk. Bewegelijk en expressief, met ruimte voor ruis en ruimte voor stilte. Ik heb vandaag echt mijn persoonlijke succesmomenten kunnen ervaren en sommige leerlingen ook. Voor de volgende keer wil ik me meer bezig gaan houden met de succesmomenten van de leerlingen.

Vraag
Op welke manier zorgen jullie ervoor dat je je leerlingen niet als groep, maar als 30 individuen gaat zien?

woensdag 13 mei 2009

VO Stage - dag 7

Man oh man.. dat was even gigantisch inkomen. Na 3 weken geen stage te hebben gelopen, was het vandaag wel weer even wennen om voor de klas te staan!
Het was niet mijn beste les tot nu tu, maar het valt me wel op dat ik sneller kan reflecteren op dat wat niet goed gaat en er (als de inspiratie er is) gelijk wat aan kan doen.

Plan van vandaag
Huiswerkopdracht 'horen' maken en de zangtoets voorbereiden (oud nummer hehalen, nieuw nummer aanleren).

Bij het starten van de les was ik duidelijk in wat we gingen doen en ook het begin van de huiswerkopdracht (ik speelde korte fragmenten uit het werkboek, de lln. noteren volgorde van de fragmenten) ging redelijk goed qua concentratie en inzet. Toen we echter bij de derde vraag kwamen, was er onduidelijkheid en onrust. Ik bleef rustig, maar voelde wel degelijk iets van: 'AAAAAAAAHHHH RAKKERDEKAKKAKAAAHH'. Ik weet nog dat ik die opdracht er toen snel door heen wilde roetschjen (= geen goed Nederlands, maar klinkt precies zoals ik het bedoel). Wel meer dan de vorige keer zorgde ik ervoor te vragen naar wie wat had, om zo te kijken of er meer leerlingen dan 1 leerling het goed had.
--> Struikelblok dit onderdeel: tempo hoog huden & afstand leerlingen en mijzelf door spelen piano.

Zingen.. wat een verademing om te mogen zingen!!
Na het uitdelen van de tekst van 'Sweet Goodbyes' eerst rekken, strekken en voor- en na fffffen. Vanuit het voor- en na fffffen ging ik over in een zangoefenng om zo bij de laagste toon van het lied te komen die we zouden gaan zingen. De klas deed hier niet lekker mee, ik wilde daar wat van zeggen, vergat dat, keek naar de klok en zag dat ik niet zoveel tijd meer had --> doorgaan dus.
Uiteindelijk bleken de lln. na het voorzingen van het lied, de tekst en de melodie al best goed te kennen. Voor de zangtoets oefenen we het nog een keertje, waarbij ik ze meer moet uitnodigen mee te zingen en zich te laten horen.

Tips en Tops Marion & Nynke
- bij vragen om stilte: wacht dan ook echt totdat het STIL is
- bij een voorspeel-huiswerkopdracht blik de klas in houden, nu onstond er afstand tussen jou achter de piano en de lln. in de klas
- weet je niet of ze het snappen? --> gewoon vragen!
- tijd bewaken
- stricter zijn met je regels, bewaak hiermee je grenzen

+
duidelijke start (aftellen, je ziet veel, ze doen in het begin allemaal mee)
+ vragen "wie heeft die volgorde nog meer"?
+ je kent de lln. bij naam
+ goede zang en pianospel

Reflectie
Al met al ben ik best tevreden, al baal ik dat het middenstuk van mijn les wat chaotisch was en ik de draad niet vlot en met een glimlach op kon pakken. Dat is iets waar ik op ga letten de volgende keer.. het positief benaderen van de groep.
Mijn stil mag stiller en er mag meer ruimte zijn voor ontspanning en humor, iets wat ik miste bij mijzelf vandaag!