De allereerste keer bij groep 5/6 van De Boemerang had ik snel even wat gezongen en geklapt met de leerlingen, zodat het duidelijk was dat de mevrouw met die bril en krullen achterin de muzieklessen zou gaan geven. Eenmaal voor de klas dacht ik na tien minuten alleen maar: een uur, hoe ga ik dat vullen?
Met een ingevuld lesformulier vandaag die gedachte niet gehad. Omdat ik de vorige keer ziek was, was het nu wel de eerste echte les voor mij. Dat noem ik spannend met hoofdletter S.
Ik had de les opgedeeld in drie blokken: zingen, luisteren (en tekenen) en een klankspel.
Zingen deden we in de kring met het lied 'Zeg Buurman' (uit Eigenwijs). Voordat we aan het zingen gingen, eerst uitgelegd wat er aan dit lied vooraf gaat. De buurman is namelijk zijn kat kwijt en de buurvrouw helpt hem zoeken. Ik heb daarbij gebruik gemaakt van de aanleervolgorde zoals aangegeven in Eigenwijs, wat goed aansloeg bij de leerlingen. Het voor- en nazingen ging redelijk goed, al zijn de leerlingen beter in tekst en ritme, dan in melodie. Toen ik dat merkte, vroeg ik me wel af hoe vaak en hoe strikt ik dan moet zijn om het 'juiste' te willen horen. Omdat ik ervan uit ging dat herhaling de beste oefening is en ik nog wat variatie-zinnen over had, besloot ik toch nog door te gaan en te kijken of het zingen van de melodie beter werd. Dat werd het wel, maar nog niet helemaal naar mijn zin. Ik vond dat ik erg veel moest herhalen. Tijdens de nabespreking met mijn mentor bleek ook dat het niveau van deze kinderen iets lager ligt en dat ik toch veel zal moeten herhalen. Oppassen dus voor overvragen!
Na het zingen was het tijd voor luisteren (en tekenen). Eenmaal weer terug op hun stoel en achter hun eigen tafel, maakte ik even een organisatie-foutje. Ik liet de klassenassistenten eerst het papier en de potloden uitdelen voordat ik aan de uitleg van de opdracht begon. De aandacht was toen niet meer bij mij, maar bij de potloden die als drumstokken klonken op de tafels. Om de klas weer stil te krijgen gebruik ik de 'hand omhoog-methode'. De leerlingen zijn dit gewend en ook ik vind het prettig werken. Tijdens deze 'Muzikale wereldreis' (uit 100 nieuwe muziekspelen) heb ik de leerlingen drie verschillende muziekfragmenten laten horen en stelde ik zowel voor als na het fragment de vraag wat voor een landschap bij de muziek zou passen. Is het er vlak of zijn er veel bergen? Is er bos of zee? Is het er nacht of juist overdag?
Deze opdracht ging in het begin erg rommelig, ook omdat ik niet duidelijk was over het feit dat dit een zelfstandige opdracht was (het stoplicht staat op rood). De nabespreking van de opdrachten leverde mooie fantasie-landschappen op, maar ook de Eiffeltoren. Meer belangrijk vond ik het dat de leerlingen bij het tweede fragment meer verschil zouden horen, hetgeen sommigen leerlingen verbaal en andere leerlingen in hun tekening konden weergeven.
Als afsluiting heb ik het klankspel 'De geluidsboom' gedaan.
Dit is een vorm van grafische notatie, waarbij in de boom klanken staan aangegeven door de leerlingen gemaakt kunnen worden. Met een aanwijsstok over het smartbord, waar ik de boom liet zien, kon ik de klas sturen bij het maken van die klanken. Omdat er nog tijd over was, kon ik vervolgens ook twee leerlingen de kans geven de klas te dirigeren. Deze opdracht ging bijzonder goed en was een leuke afsluiting van de les.Al met al een volle les, maar wel met voldoende afwisseling voor zowel de leerlingen als voor mij. Tijdens de nabespreking fijne tips gehad van mijn mentor, waardoor ik een goed gevoel over hou aan deze les! Ik heb mijn programma kunnen doen en ik weet waar ik de volgende keer op moet letten. Wat betreft het bloggen ook; wat een vreselijke lange lap tekst is dit geworden haha..