Muziek in de onderbouw – niveauverschillen zijn weer in!
Historisch beeld van het onderwijs
- het overvolle programma van 15 vakken en teveel kerndoelen
- de onzichtbare samenhang tussen de vele vakken
- het niet aankunnen van de verschillende niveau’s van leerlingen
Bovenstaande beknopte historie is natuurlijk ook van belang voor het muziekonderwijs. In het artikel ‘De nieuwe kerndoelen: de kans is blijven liggen’, schetst Joost Overmars (docent muziek & CKV1) een beeld van haar ontwikkeling, met als uitgangspunt zijn frustratie omtrent de nieuwe kerndoelen.
Met de nieuwe kerndoelen wil de overheid weer terug naar het leerling-gericht werken (niveau-verschillen zijn weer in!), maar daar ziet hij niks van terug: “In mijn optiek begint leerling-gericht werken niet bij kerndoelen maar bij de concrete situatie in de klas: bij de interactie tussen docent en leerlingen en de werkvormen die aan bod komen”. De in 2007 opgestelde kerndoelen voor kunst en cultuur-vakken, geven aan dat muziek door leerlingen onderzocht moet leren worden om het vervolgens toe te kunnen passen om eigen gevoelend mee uit te drukken of te ervaren. De presentatie-vaardigheden worden benoemd en er wordt gesproken over het gericht leren luisteren (door middel van achtergrondkennis). Verslag doen, met behulp van visuele of audiditieve middelen, van (deelname aan) kunstzinnige activiteiten is ook een doel, dat vervolgens gevold wordt door het mondelijk en schriftelijk kunnen reflecteren op eigen werk én het werk van anderen.
Toen ik deze doelen voor het eerst zag, dacht ik aan het idealisme dat ik steeds teruglees in artikelen over de veranderingen in het onderwijs. Maar deze doelen zijn naar mijn mening realistisch, helemaal als we ze plaatsen binnen de ontwikkelingen en initiatieven die de afgelopen tijd in het muziekonderwijs zijn ontstaan. Docenten en leerlingen richten zich namelijk steeds meer op een nieuw en breder repertoire. Concertpodia spelen daar op in door educatieve afdelingen in het leven te roepen, orkesten en ensembles ontwikkelen programma’s voor kinderen en jongeren en muziekscholen ondersteunen steeds vaker het reguliere onderwijs.
Dat een breed en repertoire gezocht wordt, hangt volgens Cultuurnetwerk (onderzoek 2003/2004) samen met o.a. punten als: de nadruk op de leefwereld en de cultuur van de leerling en de grote rol van de nieuwe media in het muziekonderwijs. Het denken en doen van jongeren wordt beinvloedt door maatschappelijke veranderingen zoals individualisering, mondialisering en digitalisering. Plak daarbij de pragmatische en resultaatgerichte cultuur waar we in leveren en je hebt jongeren die vaak direct willen weten waarom ze iets moeten doen en wat dat dan oplevert; ze zijn kritisch! Muzikaal gezien maken jongeren tegenwoordig kennis met een groot aanbod van muzikale vormen, technieken en instrumenten. Voor het muziekonderwijs dus redenen om mee te groeien én een verklaring waarom de keuze van het repertoire steeds breder, eigentijdser en multicultureler wordt. Daarnaast komt ook in de les de resultaatgerichtheid terug en los van het repertoire wordt er gezocht naar wat leerlingen motiveert en welke didactiek en methodiek daaraan bij kunnen dragen.
Eén van de methodes die bijdraagt aan het motiveren van leerlingen, is het inzetten van die nieuwe media. Door het ontwikkelingen van verschillende computerprogramma’s op het gebied van muziekproducties en muziektheorie wordt het voor veel leerlingen aantrekkelijker om actief aanwezig te zijn tijdens een muziekles. En meestal zijn ze er nog goed in ook, want de computer en de tv zijn de meest favoriete vrijetijdsbesteding van veel jongeren. Maar ook voor de docent levert het werken met de computer wat op: nieuw lesmateriaal, meer lesmogelijkheden, een interessant hulpmiddel en een uitdaging.
Ik denk dat het goed is om ons als stagiaires bewust te blijven van de veranderingen in het muziekonderwijs. Of dat nou landelijk is, door het invoeren van een wet of dat het wat localer is, namelijk de projectvormen op onze stagescholen. Want dat gebeurt ook steeds meer, die projectmatige aanpak. Overmars zegt daarover: “Het opdelen van onderwijs in projecten en leerlingen laten kiezen tussen deze projecten is helemaal niet leerling-gericht: de leerling heeft geen idee wat een project precies inhoudt en wat hij ervan leert (dat is sowieso al helemaal geen keuzecriterium voor iemand van 13). Hij zal kiezen op grond van “coolheid” of op grond van peergroup gedrag. Let wel: dit is géén diskwalificatie van de leerling: als je 13 bent en middenin een complex leerproces zit terwijl bovendien je persoonlijkheid en lichaam zich in oorverdovend tempo ontwikkelen mag je niets anders verwachten”.
1 opmerking:
Hoi Renske
Ik merk in je essay een soort dualisme...aan de ene kant lijk je gewoon lekker te willen lesgeven aan pubers zonder je druk te maken over wat geweest is en wat er nog komt, tegelijkertijd wordt je wel geprikkeld door de artikelen waarin er gepeuterd wordt aan meningen en een politiek spel wordt gespeeld. Dat siert je...ik denk ook dat het past bij het feit dat je al een opleiding hebt afgerond.
Wat ik bovendien prettig vind is dat het een eigen essay is, met daarin duidelijk je eigen gedachten en overwegingen. Ik merk ook dat je nog niet echt in die mening stap, met een soort van 'wat heb ik daar nu over te zeggen ik begin pas" houding. Ik weet bv nog steeds niet waar jij vindt dat de nadruk nu moet liggen, bij de kunde/het ambacht, bij de kennis, of bij dde kick .
Een prima essay, goed samengevat de literatuur, fijne eigen artikelen en toevoegingen , goede analyse van de gebeurtenissen.
Een reactie posten