dinsdag 26 mei 2009

Hoofdvak opdracht - Essay

Muziek in de onderbouw – niveauverschillen zijn weer in!

De middelbare school is voor sommige van ons niet zo lang geleden, maar voor anderen is het even graven. Toch is de overeenkomst tussen de verhalen over die periode groot, zo komt in elk verhaal namelijk wel een onderwijsverandering voor: de basisvorming, het vmbo, de 2e fase met haar studiehuis, de vernieuwde 2e fase et cetera. En dat schijnt dan nog maar een topje van de ijsberg te zijn. Want als we dieper onder water kijken, zien we dat het onderwijs een grote af- en aanloop van vernieuwingen kent. Maar waarom zouden wij ons druk maken over die vernieuwingsgeschiedenis? Wij staan immers toch nu voor de klas?Het is iets wat ik me echt afvraag, maar als ik bedenk dat er binnen mijn toekomstig werkveld nog wel een keer veranderingen zullen plaatsvinden, is het wellicht wél zinvol de geschiedenis van het (muziek)onderwijs te leren kennen. Naast een historisch beeld van de veranderingen op de middelbare school (waarbij ik me beperk tot de onderbouw), wil ik me met dit essay vooral richten op de ontwikkelingen en veranderingen die recent hebben plaatsgevonden en die wij als studenten docent muziek terug kunnen zien in de klas.

Historisch beeld van het onderwijs

Ik pak de geschiedenis op bij het ingaan van de Mammoetwet. Omdat er niet langer van 12-jarige leerlingen verwacht kon worden dat zij konden kiezen welke vorm van voortgezet onderwijs zij zouden volgen, werd in 1968 een wet van kracht met de grondgedachte dat elke leerling zowel een algemene- als een beroepsopleiding zou moeten volgen. Maar de Mammoetwet had niet het gewenste effect; de opleidingen sloten niet goed aan op een vervolgopleiding en ook niet op de arbeidsmarkt. Het bleek al snel dat het concept van de brugklas (een overbruggingsperiode waarbij elke leerling eenzelfde basis kreeg, voordat de leerling moest kiezen voor de definitieve opleiding) niet werkte. Het niveauverschil tussen de leerlingen die van de basisschool kwamen was te groot. De brugklas werd in 1992 wettelijk vervangen vervangen door de basisvorming (1993/1994).

De basisvorming vormde het onderwijsprogramma voor de eerste twee à drie leerjaren van het Nederlands voortgezet onderwijs en was bedoeld om scholieren op alle schooltypen dezelfde basis te geven voor de rest van hun schooltijd. Die basis uitte zich in het onderwijzen van dezelfde 15 vakken aan alle leerlingen. Aan het eind van die tijd moeten de leerlingen bepaalde kerndoelen bereikt hebben, volgens normen die door het Ministerie van Onderwijs zijn opgesteld. De scholen zijn echter vrij in het vaststellen van het daadwerkelijke onderwijsniveau: men mag meer doen dan in de kerndoelen wordt opgedragen. Bovendien kunnen scholen extra vakken toevoegen aan hun lesprogramma, het vak Muziek is hier een voorbeeld van.

In 1999 ontstond het vmbo uit de Middelbaar Algemeen Voortgezet Onderwijs en het Lager Beroeps Onderwijs. Het misverstand is geweest, dat de mavo daarmee werd afgeschaft. Die is echter nooit uit de wet verdwenen en dat is ook de reden waarom er naast de theoretische leerweg van het Voorbereidend Middelbaar Beroeps Onderwijs steeds categoriale mavo's zijn gebleven, zoals het vmbo-tl onderwijs waarbij ‘tl’ voor theoretische leerweg staat.Vanaf datzelfde jaar wordt er gewerkt aan een nieuwe hervorming van de basisvorming, die in het schooljaar 2006/2007 werd doorgevoerd. Deze Vernieuwde Basisvorming gaat uit van een vernieuwd onderwijsconcept dat drie 3 problemen tegengaat:

-       het overvolle programma van 15 vakken en teveel kerndoelen

-       de onzichtbare samenhang tussen de vele vakken

-       het niet aankunnen van de verschillende niveau’s van leerlingen

Muziekonderwijs

Bovenstaande beknopte historie is natuurlijk ook van belang voor het muziekonderwijs. In het artikel ‘De nieuwe kerndoelen: de kans is blijven liggen’, schetst Joost Overmars (docent muziek & CKV1)  een beeld van haar ontwikkeling, met als uitgangspunt zijn frustratie omtrent de nieuwe kerndoelen.

Met de nieuwe kerndoelen wil de overheid weer terug naar het leerling-gericht werken (niveau-verschillen zijn weer in!), maar daar ziet hij niks van terug: “In mijn optiek begint leerling-gericht werken niet bij kerndoelen maar bij de concrete situatie in de klas: bij de interactie tussen docent en leerlingen en de werkvormen die aan bod komen”. De in 2007 opgestelde kerndoelen voor kunst en cultuur-vakken, geven aan dat muziek door leerlingen onderzocht moet leren worden om het vervolgens toe te kunnen passen om eigen gevoelend mee uit te drukken of te ervaren. De presentatie-vaardigheden worden benoemd en er wordt gesproken over het gericht leren luisteren (door middel van achtergrondkennis). Verslag doen, met behulp van visuele of audiditieve middelen, van (deelname aan) kunstzinnige activiteiten is ook een doel, dat vervolgens gevold wordt door het mondelijk en schriftelijk kunnen reflecteren op eigen werk én het werk van anderen.

Toen ik deze doelen voor het eerst zag, dacht ik aan het idealisme dat ik steeds teruglees in artikelen over de veranderingen in het onderwijs. Maar deze doelen zijn naar mijn mening realistisch, helemaal als we ze plaatsen binnen de ontwikkelingen en initiatieven die de afgelopen tijd in het muziekonderwijs zijn ontstaan. Docenten en leerlingen richten zich namelijk steeds meer op een nieuw en breder repertoire. Concertpodia spelen daar op in door educatieve afdelingen in het leven te roepen, orkesten en ensembles ontwikkelen programma’s voor kinderen en jongeren en muziekscholen ondersteunen steeds vaker het reguliere onderwijs.

Dat een breed en repertoire gezocht wordt, hangt volgens Cultuurnetwerk (onderzoek 2003/2004) samen met o.a. punten als: de nadruk op de leefwereld en de cultuur van de leerling en de grote rol van de nieuwe media in het muziekonderwijs. Het denken en doen van jongeren wordt beinvloedt door maatschappelijke veranderingen zoals individualisering, mondialisering en digitalisering. Plak daarbij de pragmatische en resultaatgerichte cultuur waar we in leveren en je hebt jongeren die vaak direct willen weten waarom ze iets moeten doen en wat dat dan oplevert; ze zijn kritisch! Muzikaal gezien maken jongeren tegenwoordig kennis met een groot aanbod van muzikale vormen, technieken en instrumenten. Voor het muziekonderwijs dus redenen om mee te groeien én een verklaring waarom de keuze van het repertoire steeds breder, eigentijdser en multicultureler wordt. Daarnaast komt ook in de les de resultaatgerichtheid terug en los van het repertoire wordt er gezocht naar wat leerlingen motiveert en welke didactiek en methodiek daaraan bij kunnen dragen.

Eén van de methodes die bijdraagt aan het motiveren van leerlingen, is het inzetten van die nieuwe media. Door het ontwikkelingen van verschillende computerprogramma’s op het gebied van muziekproducties en muziektheorie wordt het voor veel leerlingen aantrekkelijker om actief aanwezig te zijn tijdens een muziekles. En meestal zijn ze er nog goed in ook, want de computer en de tv zijn de meest favoriete vrijetijdsbesteding van veel jongeren. Maar ook voor de docent levert het werken met de computer wat op: nieuw lesmateriaal, meer lesmogelijkheden, een interessant hulpmiddel en een uitdaging.

Kick, Kennis en Kunde

Ik denk dat het goed is om ons als stagiaires bewust te blijven van de veranderingen in het muziekonderwijs. Of dat nou landelijk is, door het invoeren van een wet of dat het wat localer is, namelijk de projectvormen op onze stagescholen. Want dat gebeurt ook steeds meer, die projectmatige aanpak. Overmars zegt daarover: “Het opdelen van onderwijs in projecten en leerlingen laten kiezen tussen deze projecten is helemaal niet leerling-gericht: de leerling heeft geen idee wat een project precies inhoudt en  wat hij ervan leert (dat is sowieso al helemaal geen keuzecriterium voor iemand van 13). Hij zal kiezen op grond van “coolheid” of op grond van peergroup gedrag. Let wel: dit is géén diskwalificatie van de leerling: als je 13 bent en middenin een complex leerproces zit terwijl bovendien je persoonlijkheid en lichaam zich in oorverdovend tempo ontwikkelen mag je niets anders verwachten”.

Wat hij zegt klinkt best aannemelijk, maar ik mis hier wel dat hij omschrijft dat een project voor leerlingen een manier kan zijn om zich eens goed te verdiepen in cultuur, dat de leerling wel wat kan ervaren (voelen, iets teweegbrengen) tijdens een project en dat hij dat ook nog eens samen met zijn ‘coole’ vrienden mag doen. Ik ben me er van bewust dat ik nog te weinig ervaring heb om me met deze  ‘wellesnietes-politiek’ te bemoeien, maar ik ik denk dat er naast een project nog voldoende ruimte overblijft om de kennis en kunde wel in het klaslokaal aan diezelfde leerlingen bij te brengen. Wanneer dat lukt, dan wordt het in de klas vanzelf ook ‘cool’.

In het woord basisvorming zit het woord basis en ik vind dat we ons daar als stagiaires nu al mee bezig kunnen houden. In de onderbouw zijn we bezig met het leggen van een basis, wij mogen leerlingen helpen bij hun (culturele) ontwikkeling en dat is heel erg kicken!

woensdag 20 mei 2009

VO Stage - dag 8 (loslaten is een kunst)

"Wanneer ben je op je sterkst"?
Daarmee opende Suzan de reflectie met Nynke en mij naar aanleiding van onze lessen vandaag op 't Boni. Een vraag die om behoorlijk wat zelfreflectie vraagt en zeker niet in ene te beantwoorden is. Ik ga die vraag dus mooi meenemen in mijn eindreflectie van stage, maar nu eerst mijn les van vandaag:

Plan
-
voorspeelopdracht 'Countdown'
- zingen 'Make you feel my love' & 'I'm yours'

Uitvoering
Voorspeelopdracht eerst samen ingeleidt door samen een nieuwe cijferreeks te maken, accenten toe te voegen, et cetera. Vanaf dat moment mochten de leerlingen zelf in groepen aan de slag met een reeks die zij 5 weken geleden hadden gemaakt (jaja, 5 weken is lang geleden en het benoemen daarvan zorgde gelijk wat onrust).
Ondanks het wat twijfelachtige begin: 'ik weet niet meer in welk groepje ik zat', 'zat ik bij jou', ',juf, ik heb dat papier niet meer', waren de groepjes na een tijdje toch gewoon aan het werk!!
Bij elk groepje ben ik langsgeweest om de toetspunten door te nemen (o.a. gelijkheid en presentatie) omdat mijn instructie daarvan niet gehoord was.

Na deze opdracht ging ik vrij abrupt door met het zingen. Ik had de opdracht even kunnen nabespreken en nogmaals kunnen attenderen op de volgende les. Het lied bracht echter wel wat ik wilde: rust en stilte, een momentje om adem te halen. Het is ontzettend prettig en fijn om die 30 hoofdjes naar hun papier te zien staren, of naar mij, of naar het plafond en te bedenken dat ze echt aan het luisteren zijn!
Vervolgens een zin doorgenomen die wat lastig was, Nynke als pianist opgetrommeld en de klas het lied laten zingen. Omdat ik hier vrij was om de klas fysiek te betrekken bij het lied, had ik wat meer met mijn vrijheid kunnen doen i.p.v. complimenteren en aangeven welk deel van de klas welk couplet zingt.

Omdat ik (zoals nu 3 keer op een rij) de tijd vergat, was er geen tijd meer voor I'm Yours, wat jammer is. Maar ik kon ook de les niet gezamelijk aflsuiten. Daar baal ik wel van. Zoals Suzan ook al aangaf: probeer duidelijk te starten en te eindigen (en dat dan ook samen).

Tips en Tops
Vandaag niet echt puntsgewijs de reflectie doorgenomen, maar wel zijn er paar punten waar ik op kan letten.
Houding bijvoorbeeld; ik ben best druk, bewegelijk, actief voor de klas en zolang dat een positief effect heeft, kan dat prima. Ik moet echter wel bewust blijven van het feit dat ik dat ook los moet kunnen laten wanneer dat nodig is.
Wanneer ik de stilte heb (aandacht vragen), moet ik ook weten wat ik met die stilte wil (aandacht houden).
Tijdens het voorzingen hoef ik geen juf te zijn, dan ben ik muzikant en mag ik zingen op mijn manier. Dan mag de juf even uit en het controle willen houden mag ik loslaten.
Wees kritisch in dat wat er klinkt --> niet goed? Ho, Stop, Opnieuw!

Al met al was dit denk ik mijn leukste les, niet perfect maar wel leuk. Bewegelijk en expressief, met ruimte voor ruis en ruimte voor stilte. Ik heb vandaag echt mijn persoonlijke succesmomenten kunnen ervaren en sommige leerlingen ook. Voor de volgende keer wil ik me meer bezig gaan houden met de succesmomenten van de leerlingen.

Vraag
Op welke manier zorgen jullie ervoor dat je je leerlingen niet als groep, maar als 30 individuen gaat zien?

woensdag 13 mei 2009

VO Stage - dag 7

Man oh man.. dat was even gigantisch inkomen. Na 3 weken geen stage te hebben gelopen, was het vandaag wel weer even wennen om voor de klas te staan!
Het was niet mijn beste les tot nu tu, maar het valt me wel op dat ik sneller kan reflecteren op dat wat niet goed gaat en er (als de inspiratie er is) gelijk wat aan kan doen.

Plan van vandaag
Huiswerkopdracht 'horen' maken en de zangtoets voorbereiden (oud nummer hehalen, nieuw nummer aanleren).

Bij het starten van de les was ik duidelijk in wat we gingen doen en ook het begin van de huiswerkopdracht (ik speelde korte fragmenten uit het werkboek, de lln. noteren volgorde van de fragmenten) ging redelijk goed qua concentratie en inzet. Toen we echter bij de derde vraag kwamen, was er onduidelijkheid en onrust. Ik bleef rustig, maar voelde wel degelijk iets van: 'AAAAAAAAHHHH RAKKERDEKAKKAKAAAHH'. Ik weet nog dat ik die opdracht er toen snel door heen wilde roetschjen (= geen goed Nederlands, maar klinkt precies zoals ik het bedoel). Wel meer dan de vorige keer zorgde ik ervoor te vragen naar wie wat had, om zo te kijken of er meer leerlingen dan 1 leerling het goed had.
--> Struikelblok dit onderdeel: tempo hoog huden & afstand leerlingen en mijzelf door spelen piano.

Zingen.. wat een verademing om te mogen zingen!!
Na het uitdelen van de tekst van 'Sweet Goodbyes' eerst rekken, strekken en voor- en na fffffen. Vanuit het voor- en na fffffen ging ik over in een zangoefenng om zo bij de laagste toon van het lied te komen die we zouden gaan zingen. De klas deed hier niet lekker mee, ik wilde daar wat van zeggen, vergat dat, keek naar de klok en zag dat ik niet zoveel tijd meer had --> doorgaan dus.
Uiteindelijk bleken de lln. na het voorzingen van het lied, de tekst en de melodie al best goed te kennen. Voor de zangtoets oefenen we het nog een keertje, waarbij ik ze meer moet uitnodigen mee te zingen en zich te laten horen.

Tips en Tops Marion & Nynke
- bij vragen om stilte: wacht dan ook echt totdat het STIL is
- bij een voorspeel-huiswerkopdracht blik de klas in houden, nu onstond er afstand tussen jou achter de piano en de lln. in de klas
- weet je niet of ze het snappen? --> gewoon vragen!
- tijd bewaken
- stricter zijn met je regels, bewaak hiermee je grenzen

+
duidelijke start (aftellen, je ziet veel, ze doen in het begin allemaal mee)
+ vragen "wie heeft die volgorde nog meer"?
+ je kent de lln. bij naam
+ goede zang en pianospel

Reflectie
Al met al ben ik best tevreden, al baal ik dat het middenstuk van mijn les wat chaotisch was en ik de draad niet vlot en met een glimlach op kon pakken. Dat is iets waar ik op ga letten de volgende keer.. het positief benaderen van de groep.
Mijn stil mag stiller en er mag meer ruimte zijn voor ontspanning en humor, iets wat ik miste bij mijzelf vandaag!

woensdag 22 april 2009

Geen stage, maar wel AMV!

Dat het fijn is om al vroeg in de studie een netwerkje op te bouwen, bleek vandaag handig uit te pakken. Omdat onze mentor deze week in Berlijn zit, verviel onze stage en mochten Nynke en ik vandaag komen kijken bij de speciale 'symfonie-les' van de leerlingen van Anneke (ooit mijn docent AMV toen ik 7 was en dat is ze nu nog steeds).
Om 17u werd er verzameld bij een kerk in Amersfoort, waar op dat moment de spelers van het jeugd-symfonieorkest repetitie hadden. Om 17u mochten alle kinderen naar binnen met alle papa's en mama's en was de kerk goed gevuld. 
De dirigent speelde met het orkest o.a. een mars van Tsjaikovsky en liet verschillende instrumenten apart horen: 'en dit hier dat zijn een soort grote violen, die noemen we cello of celli, kunnen jullie even wat laten horen?'. Toen de leerlingen van Anneke vervolgens met het orkest mochten meezingen was het echt heel bijzonder dat wij erbij zaten. Vele kinderstemmen zonder het lied 'De Gelaarsde Kat', een tekst op de melodie van A Ford (hunk, hunk, rattle, rattle..) en waarvoor speciaal een arrangement geschreven was voor het orkest.

Wat een leuke ervaring met betrekking tot kunsteducatie. Er kwamen ineens vragen uit de zaal: 'hoe oud moet je zijn om bij een orkest te kunnen spelen', 'is het moeilijk om zo'n orkest te leiden' en 'zit er ook een gitaar in het orkest'. Zo leuk om al die oren naar voren gericht te zien staan en dat de leerlingen op deze manier echt een (klank)voorstelling kunnen maken van hoe een viool en een klarinet nou samen klinken. 

Ik weet van mijzelf dat ook ik 50 minuten heb lopen stralen, dat ik heb genoten van de enige jongen in het orkest die contrabas speelde en het meisje van 9 op haar picolo. Maar vooral dat ik weer eventjes heb mogen voelen dat kunstonderwijs ZO LEUK kan zijn! En dat voor 50 minuten haha.. 
Ik ga mijn netwerk gewoon goed in de gaten houden!!

woensdag 15 april 2009

VO Stage - dag 6

Potverdrie, wat kom je jezelf toch tegen tijdens zo'n stage zeg!
Het begon bij mij gister al, toen ik aan mijn voorbereiding wilde beginnen. Als alles normaal zou zijn, had ik voor vandaag een les moeten voorbereiden voor de tweede klas. Vanwege raportvergaderingen viel dat blokuur echter uit, wat betekende dat er voor Nynke en mijzelf een blokuur brugklas te verdelen was. Hoewel de autist in mij dit vorige week al wist, was er een lichte paniek in dit lijf en hoofd want... weg structuur! Ik, Renske Wallet, houd van structuur, schema's, regels en duidelijkheid allom. Ik wil graag weten wat ik verwachten kan en dat was er nu niet.

Omdat ik toch wel les wilde geven, met Marion gemaild over wat ik dan toch kon doen en gisteravond laat nog een opdracht over een vormschema in elkaar gezet. Verder geen lesplan, die ik uiteraard achteraf nog wel schrijven ga, enkel wat aantekeningen als stap 1, stap 2 et cetera. 

Mijn plan
- voorstellen, afspraken maken, verwachting uitspreken, programma uitleggen
- inleiding hoofdstuk 4
- luisteropdracht

De eerste stap verloopt inmiddels redelijk soepel. Ik weet wat ik wil en merk dat een klas er baat bij heeft als het duidelijk is wat er gedaan moet worden en hoe. 
De tweede stap, de inleiding van hoofdstuk 4, verliep beter dan ik van te voren dacht. Ik heb klassikaal de stof met ze gelezen, waarbij ik verschillende leerlingen de beurt gaf. Hoewel ik in de binnenste kring goed overzicht had op de leerlingen die niet meededen, vergat ik dat bij de leerlingen van de buitenste kring te doen. Volgende keer is dat zeker een aandachtspunt! Hoewel niet iedereen even goed meedeed, heeft de klas mij wel overtuigd dat een groep van 30 makkelijk 4 bladzijden tekst kunnen lezen. Suf dat ik dacht dat 1 bladzijde 'te veel' zou zijn.
Het laatste onderdeel dat werd voorgelezen door een leerling, ging over een vorm schema (werken met A, B en A' et cetera). 
Na het uitdelen van de blaadjes en het kort bespreken van wat op dat blaadje stond, heb ik 'Blow me away' laten horen. De leerlingen moesten aangeven wat elk onderdeel was (dus: couplet, refrein, brug, variatie) en moesten hier ook een vormschema bij maken (dus: A B C A B C et cetera). Op het moment dat ik vragen kreeg ging het nog een keer uitleggen en gaf ik eigenlijk de antwoorden al. Beetje jammer en in mijn enthousiasme tijdens het nabespreken vergat ik aan de overige leerlingen te vragen wat zij allemaal als antwoord hadden toen één leerling het juiste antwoord had. Ik zei: "heel goed Koos, helemaal perfect". En daarmee was mijn lesonderdeel klaar. Bij de reflectie met Marion bleek dan ook dat ik aan het eind van mijn les maar van 1 leerling zeker weet dat hij het gesnapt heeft! Haha.. oeps.

Tips en Tops van Marion & Nynke
+ begin van de les is helder
+ je neemt goed de ruimte in bij de middenkring, probeer dat ook bij de buitenkring te doen
+ je spreekt leerlingen aan op negatief gedrag (het niet meedoen of maken van de opdracht), probeer dan vervolgens ook wat te eisen en er een consequentie aan vast te maken wanneer er niet geluisterd wordt; zet ze apart)
+ je praat best snel!
+ je vult zelf de antwoorden in; laat de leerlingen zelf denken en houd je uitleg kort

De volgende les is pas op 13 mei en ook dan geef ik 1D les. Nu ik dat weet, en ook al weet wat ik met ze ga doen, denk ik dat ik me wat beter kan voorbereiden en ga ik ook gewoon weer 50 minuten doen. Ik ga een werkopdracht 'horen' met ze doen, waarbij ik fragmenten voorspeel en de leerlingen de volgorde moeten noteren. En ik ga ook met deze klas 'Make you feel my love' zingen. Ik weet bij dit lied nu waar de valkuilen liggen (zoals het begin van couplet 2 en de variatie van de melodie in couplet 3) en ga daar aan werken!

woensdag 8 april 2009

VO Stage - dag 5

Vandaag mijn eerste compositieles gegeven op het Boni en wel aan brugklas 1B. Een volle havo/vwo-klas van 30 leerlingen waar veel energie en enthousiasme in zit!

Vorige week had Nynke dezelfde compositieopdracht ('countdown' uit de methode Intro, opdracht aan de hand van cijferreeksen) gedaan met 1D, en heb ik goed kunnen zien wat ik anders of juist hetzelfde aan moest pakken. Met de vorige les in mijn achterhoofd en alle tips van Marion, was het resultaat bijzonder prettig: 30 leerlingen hebben vandaag precies gedaan wat ik voor ogen had!! De druk zat er wel een beetje op, want 3 juni (en dat lijkt nog een poos te duren, maar dat is voor deze klas enkel twee lessen verder dan vandaag) moet de compositieopdracht voorgespeeld worden voor een cijfer.

Mijn plan vandaag
- afspraken maken (stilteteken, verwachtingen uitspreken)
- opdracht klassikaal uitleggen (eerst vertellen, dan voordoen, dan samendoen)
- leerlingen in groepjes verdelen, plek van oefenen aanwijzen, tijd aangeven (15 min) en aangeven dat ik verwacht dat er goed wordt samengewerkt en er niet op de instrumenten gespeeld wordt
- na de groepsopdracht 2 groepjes op het podium hun compositie voor laten doen
- vertellen wat er tijdens de opdracht goed ging (er is niet op de instrumenten gespeeld, wat goed!!!) en wat de volgende keer beter kan of verandert kan worden
- zingen ('Make you feel my love' is echt een hit in de klas)

Ik ben echt heel erg tevreden over mijn les, mijn houding en de leerlingen vandaag. Hoewel ik nog wat langer kan wachten op stilte voordat ik doorga met mijn verhaal, hebben de leerlingen mij vandaag overtuigd van 'hoe het kan'. Daarmee bedoel ik dat er vandaag gestructureerd en geconcentreerd gewerkt is, maar er toch ruimte was voor een grapje, individueel gesprekje of ruis. Ik denk dat mijn kleine-stappen-plan bij de instructie gewerkt heeft; (bijna) alle leerlingen wisten voordat ze zelf aan de slag gingen wat de bedoeling was en waren allen binnen de 15 min klaar! Het was voor mij op deze manier mogelijk om elk groepje even aandacht te geven, wat a) goed is om te zien of iedereen meedoet en b) leuk is om wat individueler te werk te kunnen gaan. 
Het zingen was wederom geweldig; ik vind het heerlijk om voor te zingen en te spelen en te zien dat het voor de leerlingen ook een rustmoment betekent (het applaus nam ik graag in ontvangst). Bij het zingen mag ik nog wel wat meer letten op mijn eigen articulatie, maar ook vragen om duidelijke articulatie bij de leerlingen. Ik heb de neiging 'lekker' door te zingen en de kwaliteit een beetje op de achtergrond te houden, volgende keer even aanpakken dus!

Casus
In brugklas 1B zit Mohammed, een op het eerste gezicht vriendelijke jongen van Marokkaanse afkomst. Mohammed houd van aandacht en of hij die nou op een negatieve of positieve manier kan krijgen, lijkt hem niet zoveel uit te maken. Tevens vertoont hij een soort van ambivalent gedrag (wanneer twee tegenovergestelde gedragingen/houdingen mixen); zo liet Mohammed vandaag heel kwetsbaar gedrag zien (huilen), maar ook agressief (door ruzie te maken). 
Dit alles maakt het best lastig om te kiezen hoe ik wil reageren op zo'n jongen, want met zijn gedrag stoort hij de les en anderen (al is het niet erg genoeg om hem weg te sturen). Maar ik wil hem niet te veel aandacht geven, want dat zou een beloning zijn. Compleet negeren is echter ook niet de optie..
Toen ik vandaag voor de zoveelste keer zijn naam noemde zei hij: 'mevrouw, u zegt mijn naam te vaak'. Waarop ik zei: 'ik wil best jouw naam niet noemen, maar dan moet je er ook niet om vragen'. Deze reactie kan natuurlijk, maar wil ik niet de hele tijd gebruiken.
Op welke manier zouden jullie zo'n jongen de aandacht geven die hij nodig heeft (is wat anders dan de hoeveelheid die hij vraagt), zonder je eigen aandacht naar de rest van de groep te verliezen?

woensdag 1 april 2009

VO Stage - dag 4

Zo!.. anders heb ik zojuist even heel anders lesgegeven dan vorige week. Ondanks het feit dat Erzsi kwam kijken en ik heel duidelijk wilde dat de drukte van vorige week zich niet zou herhalen (wat zeg maar wat spanning opleverde in het begin), stond ik heel relaxt voor de klas! Wat een verschil voelde ik zelf en wat een verschil levert dat op qua energie en concentratie die ik terug krijg van de leerlingen.


Mijn plan deze week:

- programma vertellen, afspraken maken, verwachtingen uitspreken

- afmaken luistervoorbeelden

- theorie bespreken (intervallen; secunde, terts en kwart)

- zingen ('Make you feel my love')


Omdat ik vorige keer tijdens mijn introductie heel stap 1 vergeten was (wat gaan we doen en hoe), besloot ik deze keer om vooraf toch duidelijk te maken dat ik niet van plan was heel lang te wachten op stilte (ik heb een stilteteken afgesproken) en wat ik van de groep verwachtte (actieve deelname en het houden van de afspraak die we net gemaakt hebben). 


Tijdens de luisteropdracht kon ik voor het eerst het teken gebruiken --> hoewel het niet supersnel ging (wat is supersnel?!), werkte het wel, waarna een compliment op de plek was. 

Tijdens het bespreken van de intervallen raakte de klas het spoor bijster door mijn wellicht wat droge aanpak en teveel termen, maar lukte het uiteindelijk wel om een theorievoorbeeld met een praktijkvoorbeeld te verbinden (zien jullie dit op het blaadje, dat klinkt zo op de piano). Achteraf blijkt dat het hier 'mis' ging omdat mijn stappen veel te groot waren en dat ik me iets meer moet beseffen dat dit geen vanzelfsprekende materie is voor tweedeklassers.


Het zingen was: GEWELDIG! Toen het na het bespreken van de intervallen wat onrustig was, speelde ik gewoon de akkoorden van het intro van 'Make you feel my love' en werd het vanzelf stil. Ja.. dat dus straks, nu eerst inzingen!!

Uitrekken, losschudden, schouders draaien, hoofd draaien. Daarna voor- en na ffff-en en tsss-en (waarbij ik in tegenstelling tot vorige week nu wel een cadans mee kon geven, ik bleef gewoon doorstappen). Hierbij ook een leerling (die ritmisch erg sterk is) ook de beurt gegeven om voor- en na te fffff-en. Leuk om te merken dat de klas hier heel leuk op reageert

Tekst van het lied uitgedeeld en zingen maar. 

Het hoge middenstuk (bridge) vervolgens toch nog even voor- en nagezongen, waardoor het gehele lied de tweede keer een stuk beter klonk. Om dit succesmoment lekker vast te houden nog een keer het hele lied gezongen (eerst nog even de groep wakker gemaakt met de opdracht van Suus gister bij koor --> go & hey). Trots zat ik achter de piano en bedacht me dat het bijzonder leuk is om dit vaker te gaan doen.


Tips en Tops Marion en Nynke

+ Kennen van de namen werkt!

+ Er is ruimte voor grapjes

+ Je oogt meer ontspannen

+ Er is meer tempo/vaart dan de vorige keer

+ Leerling ook de beurt geven ('hij begon te stralen')

+ Goed pianospel en voor gezongen


- Stappen van theorie kleiner maken en eerst praktijk, dan theorie (dan wordt het duidelijker)

- Wanneer je het stopteken gebruikt, echt wachten totdat het stil is (dan is een compliment ook op zijn plek)

- Je kan ook gewoon vragen of de leerlingen je uitleg begrijpen

- Laat de leerlingen ook zelf nadenken (hoe zouden we een afstand van 4 tonen kunnen noemen?), je kan ook te veel informatie geven

- Wanneer je ezelbruggetjes gebruikt bij de secunde, ook ezelbruggetje bedenken voor terts en kwart (een lijn vasthouden)


Vandaag kwam ik er vooral achter dat voor ons vrij eenvoudige stof (secunde, terts en kwart) voor leerlingen helemaal niet makkelijk is (tenzij ze pianoles hebben). Ik vind het nog lastig mijn eigen stappen (die ik thuis bedenk) nog kleiner te maken, zodat ze voor de klas in begrijpbare stukjes zijn gehakt. Hebben jullie soms ook niet het gevoel van: 'snap dat nouhou, dit is toch gewoon zo'?