Na het vormen van een U'tje om de middelste tafels heen, hebben we eerst een warming-up gedaan (8 keer hoofd, schouders, knie, teen, dan 4 keer et cetera). Om alvast een bruggetje te slaan naar het liedje wat we erna zouden gaan zingen, liet ik ze eerst 4 keer klappen, dan 4 keer stappen, 4 keer de bovenbenen aantikken en 3 keer stappen. Dit 'ritme' komt overeen met het ritme van de eerste twee zinnen van het lied! Zo kon ik heel gemakkelijk overgaan naar het zingen.
Bij het zingen vandaag de tekst op het smartbord gezet. Reden: tekst tweede couplet, maar ook om te kijken of het ze houvast zou geven (sommige leerlingen dromen wel eens weg, en nu werden ze in ieder geval geprikkeld door een scherm met tekst). Eerst het lied nog een keer voorgezongen, daarna zong de klas het na. Dit ging beter dan ik verwacht had! Vervolgens het lied nog 3 keer gezongen terwijl ik op de gitaar speelde. Wat fijn om dat instrument mee te nemen. Het zorgt bij de kinderen voor enthousiasme, concentratie (ze willen het graag horen), vragen (en daarmee een gesprekje) en mijzelf geeft het de mogelijkheid niet mee te zingen en eens goed te luisteren wat en hoe de leerlingen zingen zonder ze geen steun meer te kunnen bieden. Ideaal! Omdat de gitaar de aandacht van de leerlingen greep, merkte ik dat de tekst op het bord inmiddels overbodig was.
Eenmaal terug op de eigen plek het stoplicht (methode van het verkeerslicht, dat aangeeft of de leerlingen samen mogen werken, alleen moeten werken en mogen overleggen, of alleen moeten werken en niet mogen overleggen) op rood gezet. Dit was een zelfstandige luisteropdracht en ik vroeg van de leerlingen alleen hun eigen oren open te zetten.
De luisteropdracht bestond uit het raden van telefoonnummers. Ik had een stencil gemaakt met de toetsen van een telefoon. Bij elk nummer hoorde een eigen geluid (maracas, claves, tamboerijn, triangel, belletjes, trommel, castagnetten, bekken, klap in de hand). Als eerst hebben de leerlingen opgeschreven welk geluid er bij welk nummer hoorde. Vervolgens verstopte ik de instrumenten achter een zeer amateuristisch-met-vuilniszakken-uitziend afschermding. Het was tijd om het eerste telefoonnummer te draaien: ik liet zeven geluiden achter elkaar horen en de leerlingen schreven de 7 corresponderende nummers op. Hoewel ik twee of drie keer moest verwijzen naar het stoplicht en er af en toe een vraag kwam of het geluid nog een keer herhaald kon worden, waren de leerlingen geconcentreerd en nieuwsgierig of ze het juiste nummer opgeschreven hadden. Dit ging goed, enige wat sommige lastig vonden was het verschil tussen de triangel en de belletjes.
Aan het eind van de les dan ook een compliment gegeven over de werkhouding en uitgelegd dat ik volgende week naar wat sinterklaasliedjes wil kijken.
Het was een fijne les en ik heb kunnen doen wat ik gepland had, iets wat ook terugkwam tijdens de nabespreking met mijn mentor. De planning was goed genoeg zo, niet te veel en niet te weinig aan variatie in de activiteiten, aan doelen et cetera.
Casus
'Hij zingt niet'.
Eerst dacht ik nog, misschien zingt deze leerling niet als ik naar hem kijk. Maar.. hij zingt niet, hij lacht alleen maar lief als ik naar hem kijk! Zo van: ja, juf, hier zit ik hoor, maar ik doe mijn mond niet open, ik zing niet.
Willen
- juf: dat iedereen meezingt
- leerling(en): ik zing niet mee, want ik wil alleen luisteren
Doen
- juf: zonder het lied te onderbreken (oog)contact zoeken en proberen of mijn ogen geluid afdwingen, bij de tweede poging naam van de leerling genoemd en aangegeven dat ik ook hem wil horen (terwijl de rest door zong)
- leerling(en): ik zing niet mee en als de juf kijkt dan lach ik, ik luister
Voelen
- juf: gets, waarom trekt dat kind zijn mond nou niet open?!
- leerlingen: ik kan niet zingen of ik durf niet te zingen of ik vind het fijner om te luisteren
Hoe kan ik deze leerling toch zo ver krijgen zijn mond open te doen, zonder dat ik de groep stil leg als we bijvoorbeeld midden in het lied zitten. Of hoe zou ik hem er het beste op aan kunnen spreken, stel dat hij echt niet durft en ik laat heel duidelijk weten aan de klas dat ik wil dat iedereen meezingt en dus ook (naam van de leerling), dan wil hij misschien helemaal niet meer.
Niet zo'n pittige casus misschien, maar ik wil wel dat hij meezingt! Kom maar op met jullie tips..
1 opmerking:
Geen enkele reactie, nog? Hmmm.
Eerst maar eens uitzoeken of hij niet kan, niet wil of niet durft. Misschien heeft hij het idee dat het met een stralend zingende omgeving niet heel veel toevoegt, als hij ook meezingt.
Optie: Maak er (alweer) een spelletje van: bv 'o', of 'ja' doorgeven, maar dan steeds op een andere manier (eerst voor en na: jij: ja!, zij: ja!, jij:ja..., zij: ja..., jij: jaha, zij: jaha, enz. Dan doorgeven, maar altijd op een andere manier dan je kreeg van je buurman): dan moet een ieder individueel even 'solo' aan de beurt komen, maar omdat het maar heel kort is en het om iedereen gaat, is er toch een soort 'veiligheid van het collectief'. Dan weet je in elk geval of er een soort expressief geluid op zit. Of: steeds een volgend groepje van drie het volgende zinnetje van het lied laten zingen. Dan valt het wel op als je niet meedoet... En gaat de sociale controle z'n werk doen.
Wie heeft er meer ideetjes?
Een reactie posten